De waterkwestie
Het Midden-Oosten is één van de droogste regio’s ter wereld. In bijna alle landen is water een schaars product. De enige uitzondering zijn Turkije en Libanon; daar valt vergeleken met de rest van de landen veel meer regen. Ook de velen rivieren spelen daarin een belangrijke rol. De overige landen hebben een tekort dat verschilt van een paar tot honderden miljoen kubieke meter per jaar. De oorzaak van dit grote probleem is in de eerste plaats te verklaren door een gebrek aan neerslag en een explosieve bevolkingsgroei. Daarnaast wordt het watertekort veroorzaakt door een slechte waterhuishouding als gevolg van een gebrek aan technische kennis, teveel nadruk op het tekort aan de aanbodzijde in verhouding tot het beheersen van de vraagzijde en het ontbreken van de regionale samenwerking.
Rivieren en reservoirs liggen meestal niet in hun geheel binnen de grenzen van één land. Over het gebruik en verdeling van de gezamenlijke waterbronnen, bestaat tussen landen vaak onenigheid. Zo hebben Turkije, Syrië en Irak een geschil over het gebruik van de Eufraat en de Tigris en willen Ethiopië, Soedan en Egypte ieder zoveel mogelijk Nijlwater voor irrigatiedoeleinden tot hun beschikking hebben.
Het meest gecompliceerde ligt de situatie in het stroomgebied van de Jordaan. De Jordaan ontstaat uit een samenvloeiing van de Dan (Palestina), de Hasbani (die ontspringt in Libanon) en de Baniyas (die ontspringt op de hellingen van de berg Hermon in Syrië) en stroomt in de richting van het Meer van Tiberias. Dit meer is het enige (oppervlakte) waterreservoir van Palestina.Overtollig water wordt afgevoerd in de richting van de Dode Zee. Palestina is voor 40% van zijn watervoorziening afhankelijk van de Jordaan, waarvan ongeveer 15% geleverd wordt door de Yarmuk (ook een rivier).
Syrië, Libanon, Jordanië, Israël en de door Israël bezette gebieden (de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) maken allemaal aanspraak op een deel van het oppervlakte- en/of grondwater dat in dit stroomgebied voorradig is. Een officiële overeenkomst over de verdeling van het water en de rechten en plichten die de verschillende staten en bezette gebieden hebben, is echter nooit gesloten. Een bijkomend probleem is het ontbreken van duidelijke standaardregels over het gebruik en de verdeling van gezamenlijke waterbronnen.
Naast het oppervlaktewater draagt het grondwater voor een groot deel (meer dan 50%) bij in de waterbehoefte van Palestina. Een deel van de neerslag zakt naar poreuze lagen in de ondergrond; wat ook wel aquifers wordt genoemd, die het water vasthouden en reservoirs vormen van waaruit het kan worden opgepompt. Één van de drie grote aquifers ligt in Israël die voor 15% zorgdraagt voor de totale watervoorziening. De andere twee grote aquifers liggen in de door Israël bezette Palestijnse gebieden. Het aquifer in de Gazastrook is volgens deskundigen over een aantal jaren niet meer bruikbaar. Dit is het gevolg van de overpomping die noodzakelijk werd vanwege de explosieve bevolkingsgroei en de aanhoudende droogte. De aquifer is nagenoeg totaal verzilt, omdat er zeewater binnendringt vanwege de te beperkte bijvulling met zoet water. Het watertekort kan op korte termijn alleen nog verminderd worden door ontzilting van brak of zout water wat een zeer kostbare methode is. In de Gazastrook is jammergenoeg geen ontziltingsinstallatie die hiervoor zorg kan dragen. Bovendien is er als gevolg van de ontwrichting van de Palestijnse economie, geen economisch-financiële basis om alternatieve vormen van waterwinning te stimuleren.
Ervaringen van bewoners door het watergebrek Door het grote waterprobleem dat al jaren aan de gang is in Palestina, ontstaan voor veel Palestijnen verschillende vervelende situaties:
In Groot-Abassan levert de Israëlische waterleidingmaatschappij "Mekorot” drinkwater aan 1400 klanten, van een totale bevolking van 8000 personen. Door de geringe waterdruk wordt er maar 140 a 190 liter per dag geleverd i.p.v. 480 liter. De dorpsbewoners moesten generatoren kopen om het water naar hun tanks op de daken te pompen. Dat lukt niet altijd, omdat het water slechts op zeer onregelmatige tijdstippen overdag of ‘s nachts geleverd wordt.
Veel dorpen zijn door dit probleem overgegaan op het boren van putten om zo toch in hun waterbehoefte te blijven voorzien. Het water uit deze putten is echter vervuild en extreem verzilt. Uit noodzaak wordt dit water toch vermengd met het drinkwater van de maatschappij om in de behoefte van het dorp te voorzien.
Ook komt het bij de meeste Palestijnse gezinnen vaak voor dat er niet meer gedoucht kan worden, dit omdat er dan gewoon geen water meer in de tank op het dak zit. De meeste families zijn zuinig met het spaarzame water omgegaan. Het water dat gebruikt is om te spoelen en te wassen is in emmers verzameld om nog het toilet door te spoelen of om de tomaten en rode bietplantjes in de tuin te begieten. Aan het begin van de week wordt het water in de tank geleid. Regelmatig douchen is op de Westelijke Jordaanoever onmogelijk.
Ook de Palestijnse boeren lijden ernstig onder het watertekort. Vaak is het water dat de boeren geleverd krijgen door de waterleidingmaatschappij te weinig voor de fruitteelt. Daarom heeft een groot aantal boeren enkele jaren geleden open reservoirs gebouwd om zo regenwater op te vangen. De Israëlische autoriteiten verklaarden echter dat de reservoirs de natuurlijke loop van het water tegenhielden en het waterpeil van de stroomafwaarts gelegen meren zouden verlagen. De eigenaren van de reservoirs moeten deze afbreken of belasting betalen hierover. Toch blijft de discussie de ronde gaan of men gemeenschappelijk regenwater zou moeten verkopen.